
De fiscale gevolgen van (r)emigratie voor een aanmerkelijkbelanghouder (AB-houder) behoren tot de meest complexe thema's binnen het belastingrecht. Of het nu gaat om uw persoonlijke vertrek of de verplaatsing van de werkelijke leiding van uw vennootschap(pen): de belangen zijn groot en de regelgeving is strikt.
Bij een grensoverschrijdende casus krijgt u te maken met een samenspel van:
Emigratie wordt door de fiscus aangemerkt als een 'fictieve vervreemding' (art. 4.16 Wet IB). Om directe afrekening over de meerwaarde in uw aandelen te voorkomen, wordt een conserverende aanslag opgelegd.
Belangrijke kenmerken van deze regeling:
Na emigratie wordt de aandeelhouder in veel gevallen aangemerkt als buitenlands belastingplichtige (art. 7.5 Wet IB 2001). Door de vestigingsplaatsfictie blijft de vennootschap voor de Nederlandse wet vaak in Nederland gevestigd, ook als de feitelijke leiding mee verhuist. Dit kan leiden tot complexe situaties waarbij uitkeringen en vervreemdingen zowel onder de conserverende aanslag als onder de buitenlandse belastingplicht vallen. Toepasselijke belastingverdragen tussen Nederland en uw nieuwe woonstaat kunnen hierbij beperkingen opleggen aan de Nederlandse heffingsrechten.
Wanneer de werkelijke leiding van de BV naar het buitenland wordt verplaatst, treedt een specifieke conserverende aanslagregeling in werking. Deze regeling is vaak aanzienlijk ongunstiger dan de regeling voor de AB-aandelen zelf. Een zorgvuldige planning is hierbij essentieel om onnodige liquiditeitsproblemen of dubbele heffing te voorkomen.
Wij ondersteunen u onder meer bij:
Lees ook
Verifiëer online de geldigheid van BTW-nummers
In meer dan 40 landen
Maatschappelijk en geplaatst kapitaal, aandelenuitgifte en overdracht
Registreren voor BTW in Duitsland.